Motorolie smeert, koelt en reinigt de bewegende delen van uw motor. Staat het peil te laag, dan slijt de motor sneller en kan er in het ergste geval dure schade ontstaan. Gelukkig is het oliepeil controleren een klus van een paar minuten die u zelf kunt doen. Hieronder leest u hoe dat gaat, welke olie u bijvult en wanneer een afwijkend peil een reden is om langs te komen.
Voorbereiding: vlak parkeren en even wachten
Zet de auto op een vlakke ondergrond. Staat hij scheef, bijvoorbeeld half op de stoep, dan geeft de peilstok een verkeerde waarde. Zet de motor uit en wacht een paar minuten, vaak vijf tot tien, zodat de olie terugloopt naar het carter. In het instructieboekje staat of uw fabrikant meten bij een warme of bij een koude motor voorschrijft.
Heeft u net gereden, pas dan op voor hete delen zoals het uitlaatspruitstuk. De koelventilator kan bovendien nog aanslaan nadat de motor uit is. Houd daarom ook losse kleding, sieraden en uw handen uit de buurt van de ventilator.
Oliepeil controleren in drie stappen
De peilstok herkent u meestal aan een geel of oranje handvat. Steeds meer nieuwe auto's hebben geen peilstok meer. Het peil leest u dan af via het menu op het display of in het instrumentenpaneel, zoals beschreven in het instructieboekje.
Heeft uw auto wel een peilstok, pak dan een schone doek of een stuk keukenpapier en volg deze stappen.
- Trek de peilstok eruit en veeg hem helemaal schoon
- Steek hem terug tot hij volledig op zijn plek zit en trek hem opnieuw uit
- Lees af waar de olie stopt: het peil hoort tussen de minimum en maximum markering te staan

Wat zegt de peilstok?
Tussen de minimum en maximum markering zit bij veel motoren ongeveer een liter. Staat het peil tussen het midden en het maximum, dan is er niets aan de hand.
Kijk meteen ook naar de kleur. Verse olie is goudbruin en gebruikte olie is donker. Donkere olie is normaal, zeker bij een diesel, maar dikke, stroperige of korrelige olie wijst op achterstallig onderhoud.
In de Friese winter rijden veel mensen korte ritten door Leeuwarden, waarbij de motor niet goed warm wordt. Daardoor ontstaat condens in de motor. Een beetje lichtbruine aanslag onder de vuldop is dan niet direct verontrustend, maar komt het steeds terug of ziet u het op de peilstok zelf, laat het dan nakijken.
Olie bijvullen: de juiste soort en niet te veel
Staat het peil bij of onder het minimum, vul dan bij via de vuldop bovenop de motor. Die herkent u aan het symbool van een oliekannetje. Gebruik de olie die uw fabrikant voorschrijft. Let niet alleen op de viscositeit, zoals 0W20 of 5W30, maar ook op de goedkeuringscode van de fabrikant die in het instructieboekje staat. Vooral moderne benzinemotoren en diesels met een roetfilter zijn kieskeurig.
Vul in kleine beetjes bij, bijvoorbeeld een kwart liter per keer, wacht even en meet opnieuw. Te veel olie is ook schadelijk. De olie kan gaan schuimen, afdichtingen kunnen gaan lekken en er kan olie in het inlaatsysteem terechtkomen. Staat het peil ruim boven het maximum, laat dan olie aftappen in plaats van door te rijden.
Oliepeil te laag of snel weg: hier let u op
Een rood oliekannetje op het dashboard wijst meestal op een te lage oliedruk. Stop dan zo snel als het veilig kan en zet de motor uit. Een geel of oranje oliesymbool betekent bij veel auto's dat het peil laag is en u binnenkort moet bijvullen.
Een beetje verbruik tussen twee beurten is normaal, zeker bij motoren met een turbo of bij veel snelwegkilometers. Moet u regelmatig flink bijvullen, dan is er meer aan de hand. Let op deze signalen.
- Olievlekken onder de auto op de oprit of parkeerplaats
- Blauwe rook uit de uitlaat, vooral bij het starten of optrekken
- Een peil dat bij een diesel vanzelf stijgt, wat kan wijzen op brandstof in de olie, bijvoorbeeld doordat het roetfilter bij veel korte ritten niet goed kan regenereren
- Melkachtige olie op de peilstok, samen met een dalend peil van de koelvloeistof
Hoe vaak controleren en wanneer olie verversen?
Controleer het oliepeil ongeveer eens per maand en altijd voor een lange rit, zoals een vakantie of een tocht naar de Randstad. Zo ziet u een veranderend verbruik op tijd.
Bijvullen is geen vervanging van verversen. Olie verliest door gebruik zijn smerende werking en raakt vervuild. Hoe vaak de olie en het oliefilter vervangen moeten worden, staat in het onderhoudsschema van uw auto. Vaak is dat eens per jaar of na 15.000 km. Bij auto's met een flexibel of longlife onderhoudsschema kan dat oplopen tot 30.000 km of twee jaar. Bij een kleine en een grote beurt verversen wij de olie en vervangen we het oliefilter volgens fabrieksvoorschrift. Benieuwd naar de prijs voor uw auto, bekijk dan wat een kleine beurt kost.
Laat u het liever nakijken, kom dan langs bij onze werkplaats voor auto onderhoud in Leeuwarden.

Bron en meer informatie
Meer achtergrond over oliepeil vindt u bij de ANWB: vloeistoffen in de auto. Twijfelt u over uw eigen auto? Dan kijken we in onze werkplaats graag met u mee.


